Het is verboden in een voor publiek besloten ruimte bedrijfsmatig
alcoholvrije drank voor het gebruik ter plaatse te verstrekken.
De burgemeester kan van het gestelde in het eerste lid ontheffing
verlenen.
Dit verbod geldt niet:
indien gehandeld wordt krachtens een vergunning ingevolge de
wet tot het uitoefenen van een horecabedrijf;
indien deze verstrekking geschiedt als dienstverlening van
bijkomstige aard aan personen die in deze besloten ruimte
verblijven anders dan voor het gebruik van consumpties;
voor legerplaatsen en aan het militair gezag onderworpen
lokaliteiten;
door middelen van vervoer tijdens hun gebruik als
zodanig.
Aan een ontheffing als bedoeld in het tweede lid kunnen
voorschriften worden verbonden.
De burgemeester beslist binnen drie maanden nadat de aanvraag om
ontheffing is ontvangen.
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemenen wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
toepassing.