De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar de waarde in het economisch verkeer van het eigendom.
De waarde in het economisch verkeer is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt.
Indien met betrekking tot een object geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de waarde in het economisch verkeer van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
De belasting als bedoeld in artikel 2, derde lid, wordt geheven naar de maatstaven als opgenomen in artikel 5, tweede tot en met achtste lid.
Artikel 4
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van een rioolheffing 2017