Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, ten gunste van de
uitkeringsgerechtigde afwijken van de bepalingen van deze verordening,
indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
leidt.
Van terugvordering kan worden afgezien in geval sprake is van dringende
redenen, dit ter beoordeling van het college.