Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Langdurig, laag inkomen

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2009

1.. Onder het inkomen wordt verstaan het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’; een bijstandsuitkering wordt in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien; 2.. Aan de in artikel 36, eerste lid van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het inkomen niet uitkomt boven 107,5% procent van de bijstandsnorm en er geen in aanmerking te nemen vermogen aanwezig is als bedoeld in artikel 34 van de wet. 3.. Marginale overschrijdingen van het inkomen worden door middel van het principe van glijdende schaal verrekend met de langdurigheidstoeslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel