**1..** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
**2..** In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing als bedoeld in artikel 1 en rioolrecht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening rioolrechten 2010 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven van de betaalrekening van de belastingplichtige, moeten de aanslagen worden betaald in zoveel termijnen als er na de maand die is vermeld in de dagtekening van het aanslagbiljet, nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste drie en ten hoogste negen bedragen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
**3..** In afwijking van het gestelde in het 1e en 2e lid geldt, voor de aanslagen rioolheffing die worden opgelegd bij een verbruik van meer dan 400 kubieke meters, één betalingstermijn, die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
**4..** Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn het eerste en het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
**5..** De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10
Tijdstip en wijze van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing