Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6
van de wet.
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid van de wet,
verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking
heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening
van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de
ingekochte voorziening noodzakelijk was.
De hoogte van een pgb:
wordt bepaald aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over
en de vraag hoe hij het pgb gaat besteden;
is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede
diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen in te kopen;
bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende
situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura.
Het college kan nadere regels stellen over de voorwaarden van een
pgb en de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld.
Voor diensten die een cliënt op grond van een pgb inkoopt, geldt
voor een persoon die beroepsmatig of bedrijfsmatig werkzaam is voor
het verlenen van die diensten een ander tarief dan voor de inkoop
bij een persoon die niet beroepsmatig of bedrijfsmatig werkzaam is
voor het verlenen van die diensten. Het college stelt nadere regels
ten aanzien van dit tarief.