Naar hoofdinhoud
Bij de uitvoering van de artikelen 20 tot en met 22 van de Wlb wordt rekening gehouden met het in deze notitie opgenomen beleid. Afwijking daarvan is slechts in uitzonderlijke gevallen, zorgvuldig en gemotiveerd mogelijk. 7.1 Stappenplan wanneer de gemeente Heerenveen geconfronteerd wordt met nabestaanden die niet voor de lijkbezorging willen zorg dragen of een overledene waarvan geen nabestaanden bekend zijn Actie Actie door Bijzonderheden Na 1e melding van overledene zonder nabestaanden of waar nabestaanden niet in de lijkbezorging voorzien hoofd afdeling Publiek informeren Beleidsmedewerker Publiek of Afdelingshoofd Publiek Nabestaanden achterhalen via GBA indien die niet bekend zijn Medewerker Begraafplaats- admini-stratie of Publiek Indien via GBA geen nabestaanden te achterhalen zijn, onderzoek plegen Medewerker Begraafplaats- admini-stratie of Publiek Zoektocht nabestaanden ruim opvatten (politie, huisarts, buren raadplegen). Idem agenda van de overledene. Nabestaanden manen zelf actie te ondernemen. Dit kan mondeling dan wel door een (aangetekende) brief (per expresse) te laten uitreiken Beleidsmedewerker Publiek of Afdelingshoofd Publiek. Woning overledene zo mogelijk bekijken en onderzoeken; zonodig maatregelen treffen Afdeling handhaving i.s.m. Beleidsmedewerker Publiek of Afdelingshoofd Publiek Voor zover betrokkene in zijn/haar woning is gevonden, kan worden bekeken/ onderzocht of er in de woning een uitvaartpolis etc. te vinden is, alsook bankpapieren, bankpasjes, documenten levens- of ongevallenverzekering, overlijdensuitkeringen, sociale uitkeringen, pensioen, spaargelden. Tevens kijken of er sprake is van een waardevolle inboedel etc. Indien noodzakelijk maatregelen treffen als afsluiten gas, water en elektra etc. Ingeval betrokkene elders is gevonden kan juridisch gezien slechts in uitzonderlijke situaties toegang tot de woning worden verkregen. Praktisch gezien is alsdan inschakeling van bijv. buren/ vrienden aan te bevelen. Indien dit niet mogelijk is dan is er sprake van een uitzondering en zal in de geest van artikel 22 Wlb onderzoek in de woning verricht moeten worden. Ingeval nabestaanden nog niet zijn gevonden, dan wel (blijven) weigeren opdracht te verlenen tot lijkbezorging, eventueel opdracht verlenen aan uitvaartverzorger tot het weghalen van het lijk en opslag in een mortuarium Beleidsmedewerker Publiek of Afdelingshoofd Publiek. Tegen de achtergrond van de wens de lijkbezorging ter voorkoming van de afwenteling van de kosten op de belastingbetaler niet te snel te laten plaatsvinden is het treffen van maatregelen ter conservering van het lijk gewenst. Voor de vijfde dag na overlijden een arts raadplegen of uitstel van lijkbezorging verantwoord is. Na kennisneming van het advies een beslissing nemen tot uitstel, met maximaal 5 dagen, zodat lijkbezorging uiterlijk op de 10e dag plaatsvindt. (loco-)Burgemeester Uitgangspunt is dat de lijkbezorging zo dit enigszins verantwoord is uit te stellen, teneinde afwentelen van de kosten daarvan op de belastingbetaler zo veel als mogelijk te voorkomen. Het advies van de arts is niet bindend! Voor de tiende dag na overlijden een beslissing nemen over de wijze van- en plaats en tijd van de lijkbezorging Beleidsmedewerker Publiek of Afdelingshoofd Publiek. De lijkbezorging vindt uiterlijk op de 10e dag plaats. De kosten van de lijkbezorging kunnen verhaald worden op de bij het lijk gevonden goederen of gelden en vervolgens uit de nalatenschap Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken Is de nalatenschap onvoldoende om de kosten te dekken dan heeft de gemeente een verhaalsrecht op bloed- en aanverwanten, die tot het bieden van levensonderhoud aan de overledene verplicht zouden zijn geweest Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken College dient een besluit te nemen. Maatschappelijke opvattingen dienen te worden meegewogen. Het verhaal moet wel redelijk zijn Bijlage: Overzicht van de beleidsregels Beleidsregel 1: De opdracht tot uitvaart wordt uiterlijk op de vierde werkdag na het overlijden gegeven. Beleidsregel 2: Als na melding van overlijden niet duidelijk is of en zo ja, wie opdracht geeft tot lijkbezorging, maakt de gemeente met de uitvaartverzorger de afspraak zorg te dragen voor het verplaatsen van de overledene en alleen de eerste verzorging te realiseren en nog niet de volledige uitvaart. Beleidsregel 3: Het onderzoek naar de eventuele nabestaanden strekt zich bij de gemeente niet verder uit dan tot en met de 2e graad van bloed- en aanverwantschap. Beleidsregel 4: De gemeente verricht geen bovenmatige inspanningen om nabestaanden op te sporen. Beleidsregel 5: De gemeente onderzoekt of er sprake is van een testament. Beleidsregel 6: De gemeente schakelt een notaris in als er sprake is van een testament. Beleidsregel 7: Indien er nabestaanden tot en met de 2e graad van bloed- en aanverwantschap bekend zijn dan verzoekt de gemeente de nabestaanden de uitvaart te verzorgen. Beleidsregel 8: In afwijking van beleidsregel 7 benadert de gemeente geen nabestaanden, die gedetineerd zijn of in het buitenland wonen. Beleidsregel 9: De gemeente kan onderhands aanbesteden bij de keuze van een uitvaartondernemer. Beleidsregel 10: De gemeente geeft de uitvaartondernemer de opdracht te onderzoeken of er sprake is van een naturaverzekering en deze gelden, indien van toepassing, te innen en te verrekenen met de uitvaartfactuur. Beleidsregel 11: De gemeente houdt alleen rekening met de door de overledene vastgelegde wens over de wijze van lijkbezorging voor zover dit begraven, cremeren of ter beschikking stellen van de wetenschap omvat. Beleidsregel 12: De gemeente gaat bij het ontbreken van concrete aanwijzingen over de wens van de overledene over tot begraven. Beleidsregel 13: De gemeente hanteert het uitgangspunt van de Wet op de Lijkbezorging inzake een sobere maar respectvolle lijkbezorging. Beleidsregel 14: De gemeente vergoedt in beginsel de volgende kosten: overbrengen overledene van plaats van overlijden naar mortuarium; huur ‘bewaarplaats’ in mortuarium; ‘kisten’ overledene; aanschaf eenvoudige kist; verzorgen noodzakelijke formaliteiten (zoals verklaring van overlijden); indien nodig rouwauto op de dag van de uitvaart; begraven in algemeen graf, zonder grafmonument; bij crematie: bewaren as in asbus gedurende een maand en asverstrooïng op het terrein van het crematorium. Beleidsregel 15: De gemeente pleegt een huisbezoek als er geen opdracht voor de uitvaart is gegeven door nabestaanden. Beleidsregel 16: De woonruimte van de overledene wordt betreden door twee daartoe gemachtigde ambtenaren van de gemeente, een en ander in overleg met de eventuele verhuurder. Beleidsregel 17: De gemeente beperkt de beheersmaatregelen tot het veiligstellen van bezittingen, waaruit de uitvaart kan worden bekostigd. Beleidsregel 18: De gemeente schakelt een notaris in als er sprake is van bezittingen met een verwachte waarde van meer dan € 5.000,-. Beleidsregel 19: De gemeente maakt gebruik van de bevoegdheid de kosten van de uitvaart te verhalen eerst op de nalatenschap en vervolgens op de nabestaanden. Beleidsregel 20: Het college ziet af van verhaal op nabestaanden indien verhaal een ernstige inbreuk op de levenssfeer van die nabestaande teweegbrengt. Beleidsregel 21: De gemeente verhaalt de kosten, die gemaakt moeten worden om de bezittingen veilig te stellen, op de nalatenschap en/of de nabestaanden. Beleidsregel 22: De gemeente verhaalt de kosten van de uitvaart op de nalatenschap indien de gelden en de bezittingen, die bij de overledene zijn aangetroffen, een onvoldoende waarde vertegenwoordigen. Beleidsregel 23: De gemeente verrekent voor zover mogelijk zelf de kosten van de uitvaart met inkomsten of tegoeden bij banken en verzekeringsmaatschappijen van de overledene. Beleidsregel 24: De gemeente Heerenveen maakt geen gebruik van de bevoegdheid om te verhalen op schoonouders, stiefouders, schoonzonen, schoondochters.

Rechtspraak bij dit artikel