Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel Soorten

van individuele woonvoorzieningen

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gouda 2010

1.. De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het voeren van een huishouden, te verstrekken woonvoorziening kan bestaan uit: een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten (zie ook artikel 4.2 en 4.8); een financiële tegemoetkoming in de kosten van een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening (zie ook artikel 4.2 en 4.14); een niet bouwkundige of niet woontechnische woonvoorziening (zie ook artikel 4.2 en 4.14); een financiële tegemoetkoming in de kosten van een uitraasruimte (zie ook lid 5); een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget voor de kosten van onderhoud, keuring en reparatie (zie ook artikel 4.9); een financiële tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten (zie ook artikel 4.10); een financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving (zie ook artikel 4.11); een financiële tegemoetkoming in de kosten van het verwijderen van woonvoorzieningen (zie ook artikel 4.12); een andere voorziening indien die, op grond van de individuele omstandigheden de goedkoopst adequate compensatie biedt met betrekking tot de geconstateerde beperkingen. 2.. Een individuele woonvoorziening als bedoeld in lid 1 onder b en d wordt verstrekt in de vorm van een financiële tegemoetkoming aan de eigenaar van de woning. De kosten van het verwijderen van woonvoorzieningen als bedoeld onder lid 1 onder h wordt tevens verstrekt aan de eigenaar van de woning. 3.. In uitzondering op lid 2 wordt een woonvoorziening in de vorm van een trap- plateau of woonhuislift uitsluitend in natura, in bruikleen, verstrekt. 4.. Voor de woonvoorzieningen als bedoeld in lid 1 onder c geldt dat deze in principe vanaf € 1200,00 alleen in natura in bruikleen worden verstrekt. 5.. Een persoon kan voor een individuele woonvoorziening als bedoeld in lid 1 onder d alleen in aanmerking worden gebracht wanneer er sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel