**1..** De norm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander.
**2..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op 20% van de gehuwdennorm.
**3..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder, 10% van de gehuwdennorm indien:
een woning wordt bewoond waarin één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben;
de alleenstaande of alleenstaande ouder zijn woonadres heeft in een instelling voor maatschappelijke opvang.
**4..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor een bij zijn ouders inwonende alleenstaande of alleenstaande ouder 5% van de gehuwdennorm.
**5..** In afwijking van het derde en het vierde lid, wordt de toeslag bepaald op 20% van de gehuwdennorm indien in de woning van de alleenstaande of de alleenstaande ouder voorts slechts het hoofdverblijf hebben:
meerderjarige kinderen met een inkomen op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, of;
asielzoekers met geen ander inkomen dan een toelage op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (Rva) 1997 en het Zelf Zorg Arrangement, of;
degenen die de belanghebbende als verzorgingsbehoeftige verzorgt of die als verzorgingsbehoeftige door de belanghebbende wordt verzorgd.