1.Toepassing van een combinatie van verlagingen op grond van de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 geschiedt zodanig dat de bijstandsnorm voor de belanghebbende tenminste bedraagt:
a voor een alleenstaande: 25% van de gehuwdennorm;
voor een alleenstaande ouder: 45% van de gehuwdennorm;
voor gehuwden: 65% van de gehuwdennorm.