Het college legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de belanghebbende van de verplichting om desgevraagd of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mede te delen waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering. In plaats van een boete wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven als de schending van de inlichtingenplicht niet heeft geleid tot het ten onrechte verstrekte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering (nulfraude), tenzij de schending van de inlichtingenplicht plaatsvindt binnen een periode van twee jaar nadat de belanghebbende voor een eerdere schending van de inlichtingenplicht een waarschuwing of een boete heeft gekregen (artikel 18 lid 4 WWB).
Artikel 2
Schriftelijke waarschuwing
Onderdeel van Beleidsregels schending van de inlichtingenplicht WWB/IOAW/IOAZ gemeente Breda