Naar hoofdinhoud
1.. Op verzoek van de belastingplichtige wordt de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende 30 jaren. Het verzoek daartoe dient binnen twee maanden na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij burgemeester en wethouders te worden ingediend. 2.. De jaarlijkse belasting bedraagt de annuiteit van het totaal verschuldigde berekend op basis van een periode van 30 jaren en een rentevoet van 8,05%. 3.. De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de kontante waarde van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaats vindt, nog te verschijnen belastingjaren, berekend naar een rentevoet van 8,05%. 4.. In het geval, bedoeld in het eerste lid, wordt, indien het belastingobject van genothebbende krachtens zakelijk recht veranderd is na het lopend belastingjaar de nieuwe genothebbende krachtens zakelijk recht een aanslag-ineens voor de resterende belastingjaren opgelegd, berekend overeenkomstig het derde lid van dit artikel met dien verstande dat op verzoek van de belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid wordt gekontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen twee maanden na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij burgemeester en wethouders te worden ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel