**1..** De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
verordening worden gebruikt.
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
De wet: Wet werk en bijstand;
Peildatum: datum waarop het recht op
langdurigheidstoeslag is ontstaan;
Sociaal minimum: 101% van de
toepasselijke bijstandsnorm vermeerderd met de maximale
toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de
wet;
WTOS: Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
WSF 2000: Wet Studiefinanciering;
Referteperiode: de periode voorafgaand
aan de peildatum welke voor personen van 21 en 22 jaar 36
maanden bedraagt en voor personen van 23 jaar of ouder doch
jonger dan 65 jaar 60 maanden bedraagt
Inkomen: het inkomen als bedoeld in
artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de
zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt
gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een
bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de
wet voor de beoordeling van het recht op
langdurigheidstoeslag als inkomen gezien.
Hoofdstuk 1
Artikel Begripsbepalingen
Artikel Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Gouda 2010