**1..** Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het inkomen per maand niet uitkomt boven 110% van de bijstandsnorm;
**2..** Ten aanzien van perioden, waarin een belanghebbende is uitgesloten van het recht op bijstand wordt deze voor de toepassing van het eerste lid geacht ten minste een inkomen te hebben ter hoogte van 100% van de bijstandsnorm;
**3..** Ten aanzien van perioden waarin bij gehuwden één echtgenoot is uitgesloten van het recht op bijstand worden zij voor de toepassing van het eerste lid geacht ten minste een inkomen te hebben ter hoogte van 100% van de gehuwdennorm, waarbij voor ‘bijstandsnorm’ gelezen moet worden ‘gehuwdennorm’.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3
Langdurig, laag inkomen
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009