Ten aanzien van de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag geldt, dat de persoon van 21 jaar en ouder die aanspraak maakt op de langdurigheidstoeslag, geen uitzicht mag hebben op inkomensverbetering.
Aan het criterium ‘geen uitzicht op inkomensverbetering‘ is voldaan, indien de belanghebbende voldoet aan de volgende voorwaarden:
de belanghebbende voldoet aan het bepaalde in artikel 3 van de Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009, en
in het geval van een belanghebbende gedurende het jaar voorafgaand aan de peildatum geen besluit is genomen om een maatregel te treffen dan wel de uitkering op grond van de wet of één van de socialeverzekeringswetten te verlagen wegens het niet of niet voldoende nakomen van de daarin opgenomen arbeidsplicht c.q. re-integratieverplichting van de belanghebbende, of
de uitkeringsgerechtigde in de referteperiode in verband met zijn deelname aan een traject, gericht op re-integratie op de arbeidsmarkt, vanwege deelname aan scholing tijdelijk (gedeeltelijk) is ontheven van de arbeidsverplichtingen en deze ontheffing ten tijde van de aanvraag nog voortduurt;
In het geval van belanghebbenden van 21 jaar en ouder die om redenen van medische of sociale aard niet in staat geacht worden om een inkomen te verwerven dat boven 110% van de toepasselijke bijstandsnorm uitkomt.
Een belanghebbende persoon van 21 jaar en ouder die op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000, heeft geen recht op langdurigheidstoeslag, omdat ten aanzien van deze belanghebbenden het criterium ‘geen uitzicht op inkomensverbetering’ niet van toepassing is.
HOOFDSTUK 2
Artikel 5
Geen uitzicht hebben op inkomensverbetering
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009