**1..** Burgemeester en wethouders kunnen - met inachtneming van het
bepaalde in het tweede lid - ontheffing verlenen van het verbod
tot het bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn
voor:
ondergrondse bouwwerken zoals kelders, kelderkoekoeken
en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger
gelegen is dan het straatpeil;
bouwwerken, geen gebouw zijnde, anders dan bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onder i, en derde lid, van het
Besluit bouwwerken, die naar hun aard en bestemming op
een voor de voorgevelrooilijn gelegen erf toelaatbaar
zijn;
laadperrons, stoepen en stoeptreden, die de grens van de
weg overschrijden;
erkers, serres en andere uitbouwen, alsmede balkons en
galerijen, die de voorgevelrooilijn met niet meer dan
1,50 m overschrijden;
trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten,
hijsinrichtingen en stortbuizen, alsmede andere luifels,
dakoverstekken, uitspringende schoorsteenwanden,
reclametoestellen en draagconstructies voor reclames dan
bedoeld zijn in artikel 2.5.7;
overbouwingen ten dienste van de verbinding tussen twee
bouwwerken.
bouwwerken aan of bij een monument - als bedoeld in de
Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of
gemeentelijke monumentenverordening - voor zover zulks
niet bezwaarlijk is met het oog op de in
historisch-esthetisch opzicht gewenste aansluiting bij
het karakter van de bestaande omgeving.
**2..** Voor het bouwen boven een weg kan alleen ontheffing worden
verleend, indien niet lager gebouwd wordt dan: 4,20 m boven de
hoogte van de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,50 m
breedte ter weerszijden van die rijweg; 2,20 m boven de hoogte
van een ander deel van de weg; en dan nog voor zover de
veiligheid van de gebruikers van de weg niet in gevaar
komt.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 5
Artikel 2.5.8
Ontheffing voor overschrijdingen van de voorgevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening 2007