Het college verleent eenmalig vrijstelling van de verplichting om arbeid te verkrijgen en te aanvaarden (WWB artikel 9 lid 1) aan cliënten die alleenstaande ouder zijn en de zorg hebben voor een kind jonger dan 5 jaar:
uitsluitend op verzoek van de alleenstaande ouder en
uitsluitend indien de alleenstaande ouder de volledige zorg draagt voor een kind jonger dan 5 jaar en
uitsluitend indien uit houding en gedragingen van de alleenstaande ouder ondubbelzinnig blijkt dat deze de verplichting wil nakomen gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en mee te werken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak en
uitsluitend voor zover de alleenstaande ouder, ongeacht de leeftijd van het jongste kind, nog geen vijf jaar ontheffing van de verplichting heeft gehad om arbeid te verkrijgen en te aanvaarden, met inbegrip van de periode waarin de alleenstaande ouder van de ontheffing gebruik heeft gemaakt in de vorige woonplaats(en).
Het college stelt binnen acht weken na ontvangst van het verzoek om vrijstelling een plan van aanpak op voor de invulling van de voorziening gericht op arbeidsinschakeling voor de alleenstaande ouder aan wie een ontheffing is verleend.
Het college verricht na het opstellen van het plan van aanpak iedere zes maanden een heronderzoek naar de in het van toepassing zijnde plan van aanpak opgenomen voorziening. Het heronderzoek strekt zich mede uit tot de naleving van de in het van toepassing zijnde plan van aanpak opgenomen voorziening. Het college beoordeelt tevens bij het verrichten van het heronderzoek of er aanleiding bestaat de voorziening te wijzigen.
Indien het heronderzoek daartoe aanleiding geeft stelt het college een gewijzigd plan van aanpak op.
Het college vult de voorziening voor de alleenstaande ouder aan wie ontheffing is verleend en die niet beschikt over een startkwalificatie ten minste in met scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of opleiding de krachten of bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven gaat.
Op verzoek van de alleenstaande ouder aan wie ontheffing is verleend en die beschikt over een startkwalificatie vult het college de voorziening in met een opleiding, als bedoeld in artikel 7.2.2., tweede lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of opleiding de krachten of bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven gaat.
Het college verlaagt de bijstand indien het college de ontheffing heeft ingetrokken op grond van het niet willen nakomen van de verplichtingen voortvloeiend uit het plan van aanpak, tenzij iedere vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
Specifieke voorwaarden voor cliënten die al eerder voorzieningen aangeboden hebben gekregen:
Personen hebben recht op een nieuwe voorziening(tweede kans) in het kader van reïntegratie mits er geen sprake is van verwijtbaar gedrag.
Er is in het dossier een rapportage met de redenen van niet-slagen van eerder aangeboden voorzieningen en aandachtspunten voor een nieuw te starten voorziening.
Hoofdstuk
Artikel 4
- Aanspraak op ondersteuning door cliënten
Onderdeel van Beleid Re-integratie en activering Lansingerland 2013