Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 22

Mobiele telefoon

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007

1.. Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld die mede gebruikt mag worden voor privé doeleinden. 2.. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 3.. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 4.. Op de netto bezoldiging dan wel de netto onkostenvergoeding van de wethouder die de mobiele telefoon voor minder dan 10% zakelijk gebruikt, wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het bedrag dat op grond van de artikelen 38 respectievelijk 39 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 tot het loon wordt gerekend.

Rechtspraak bij dit artikel