Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand gemeente Nijkerk

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet Werk en Bijstand (Hierna ook WWB – wet van 9 oktober 2003, Stb. 2003, 375); norm: het bedrag als bedoeld in artikel 20, lid 1, onderdeel c en lid 2, onderdeel c, alsmede artikel 21 van de wet; uitkering: de norm, op grond van deze verordening eventueel vermeerderd met een toeslag voor een alleenstaande (ouder) of verminderd met een verlaging voor gehuwden; gehuwdennorm: de bijstandsnorm voor gehuwden zoals bedoeld in artikel 21 onder c. van de wet; schoolverlater: de persoon die bijstand aanvraagt, indien hij in de 6 maanden voorafgaand aan de toekenning van de algemene bijstand de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding, waarvoor aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. Het aanmerken als schoolverlater eindigt 6 maanden na het beëindigen van voornoemd onderwijs of beroepsopleiding; medebewoning: de situatie waarin naast belanghebbende(n) één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben als de alleenstaande, de alleenstaande ouder of gehuwden; beroepsmatige verzorging: verzorging of verpleging in een inrichting als bedoeld in de wet; 2.. Tenzij anders is bepaald wordt aan de in deze verordening gehanteerde begrippen de betekenis toegekend die in de wet is aangegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel