Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 11.

Betalingsvoorstel en uitstel van betaling

Onderdeel van 2013-10 Beleidsregels Terug- en invordering en verhaal SZW gemeente Maassluis 2013

Het college verleent ambtshalve uitstel van betaling dan wel op basis van een gemotiveerd verzoek van belanghebbende wanneer duidelijk is dat belanghebbende geen mogelijkheid heeft om binnen de gestelde betalingstermijn tot algehele aflossing van de vordering over te gaan. Het besluit inzake de betalingsregeling vermeldt in ieder geval: de maandelijkse aflossingsverplichting; de datum van ingang van de aflossingsverplichting; de wijze waarop het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, ten uitvoer wordt gelegd waaronder tevens begrepen de aankondiging dat eventuele executiekosten vanwege inschakeling van derden voor rekening van belanghebbende zijn; de mededeling dat, bij gebreke van tijdige betaling, de vordering in zijn geheel, zonder verdere vooraankondiging, ineens opeisbaar wordt en dat het college in dat geval niet langer gehouden is aan de vastgestelde aflossingsverplichting ingevolge lid 2 sub a; aan welke vordering(en) de betaling wordt toegerekend. Het besluit van het college als bedoeld in lid 2 geldt tevens als besluit tot uitstel als bedoeld in artikel 4:94 van de Awb. Aan het uitstel van betaling kunnen in ieder geval de volgende verplichtingen worden verbonden: de verplichting om de ontvangst van inkomsten of vermogen onverwijld te melden; de verplichting om een wijziging van leef- of woonsituatie te melden; de verplichting om bepaalde vermogensbestanddelen te gelde te maken. Een ingediend verzoek om voor een schuldregeling in aanmerking te komen, vormt voor het college geen reden om de beslissing tot oplegging van een vordering op te schorten of uitstel van terugbetaling van de opgelegde vordering te verlenen. Het college wijst een verzoek van belanghebbende tot een betalingsregeling of betalingsvoorstel af indien belanghebbende beschikt over vermogen voor zover dit meer bedraagt dan de voor hem geldende bijstandsnorm. Bij de vaststelling of belanghebbende over vermogen beschikt als bedoeld in het zesde lid: worden de vorderingen die het gevolg zijn van teveel ontvangen uitkering buiten beschouwing gelaten en; is het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onder a en d van de WWB van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel