Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor devoorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet,wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld:
bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00: 10% van de bijstandsnorm gedurende eenmaand;
bij een benadelingsbedrag van € 1.000,00 tot € 2.000,00: 20% van de bijstandsnormgedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 2.000,00 tot € 4.000,00: 50% van de bijstandsnormgedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 4.000,00 tot € 8.000,00: 100% van de bijstandsnormgedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 8.000,00 tot € 12.000,00: 100 % van de bijstandsnormgedurende twee maanden;
bij een benadelingsbedrag van € 12.000,00 tot € 16.000,00: 100 % van de bijstandsnormgedurende drie maanden;
bij een benadelingsbedrag van € 16.000,00 tot € 20.000,00: 100 % van de bijstandsnormgedurende vier maanden;
bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,00: 100% van de bijstandsnorm gedurende vijfmaanden. Bij iedere overschrijding van het hiervoor genoemde benadelingsbedrag met € 4.000,00 wordt de in dit lid aangegeven duur van de maatregel van 100 % met een maandverlengd.
In afwijking van de voorgaande leden kan de bijzondere bijstand geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, indien het beroep op bijzondere bijstand het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Als een belanghebbende, alvorens een advocaat te raadplegen, niet gevraagd heeft om rechtshulp aan het Juridisch Loket, wordt een maatregel opgelegd ter hoogte van het bedrag waarmee de eigen bijdrage wordt verlaagd.
HOOFDSTUK 3
Artikel 11
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB 2013