**1..** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht en/of medewerkingsplicht bedoeld in artikel 17 van de wet, of artikel 38 eerste en tweede lid van het Bbz, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand, bedraagt de verlaging, onverminderd artikel 2, tweede lid, vijftien procent van het benadelingsbedrag met een maximum van 900 euro. De verlaging wordt opgelegd gedurende de periode dat de bijstandsverlening heeft plaatsgevonden. De minimale verlaging bedraagt 5% van de bijstandsnorm.
**2..** Indien de afstemming niet of niet volledig kan worden opgelegd over de periode dat de gedraging heeft plaatsgevonden, wordt deze verlaging toegepast met ingang van de eerstvolgende kalendermaand nadat het college het afstemmingsbesluit heeft genomen.
**3..** De terugvordering als bedoeld in het eerste lid kan bij gebreke van tijdige betaling verhoogd worden met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
**4..** In afwijking van het eerste lid kan, voor zover het zelfstandigen betreft die een uitkering voor het levensonderhoud in de vorm van een geldlening op grond van het BBZ hebben ontvangen, de afstemming met terugwerkende kracht worden betrokken bij de definitieve vaststelling van die bijstand.
Hoofdstuk 3
Artikel 12.
Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen en/of niet meewerken met gevolgen voor de bijstand
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand 2013