**1..** Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 22 onder b., c. en d. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer
aantoonbare beperkingen het gebruik van een algemeen en/of collectief systeem als bedoeld in artikel 22, onder a., onmogelijk maken dan wel
een algemeen en/of collectief systeem als bedoeld in artikel 22, onder a., niet aanwezig is.
**2..** Voor de bij artikel 25 lid 1 ad b onder 3 en 4 en artikel 25 lid 1 ad d onder 2 t/m 5 genoemde
voorzieningen geldt dat zij ook aanvullend op het collectief vervoer van artikel 22 onder a verstrekt
kunnen worden.
**3..** Bij de vaststelling van de financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 25 lid 1 ad d onder 2 t/m
5 wordt rekening gehouden met de individuele vervoersbehoefte van de persoon met beperkingen en de mate waarin een voorziening als bedoeld in artikel 22 onder b en c in die vervoersbehoefte kan
voorzien. Voor zover de behoeften van echtgenoten samenvallen, wordt niet meer dan anderhalf maal een enkele vergoeding toegekend.
Hoofdstuk 5.
Artikel 24.
Primaat van het collectief vervoer.
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Echt-Susteren