Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 35.

Intrekking en beëindiging besluit verstrekking voorziening.

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Echt-Susteren

1.. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen; de persoon met beperkingen tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft getoond; indien blijkt dat gedurende een periode van meer dan zes maanden geen gebruik is gemaakt van de verstrekte voorziening. 2.. Onverminderd de gronden voor intrekking genoemd in het eerste lid, wordt het besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget ingetrokken of gewijzigd met ingang van de dag waarop de budgethouder schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op het budget. 3.. Bij overlijden van de budgethouder eindigt het persoonsgebonden budget uiterlijk twee weken na de dag waarop de budgethouder overlijdt. 4.. Bij overlijden van een persoon met beperkingen eindigt de periodieke financiële tegemoetkoming op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de rechthebbende is overleden. 5.. Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 6.. Een besluit tot verlening van de voorziening hulp bij het huishouden kan worden ingetrokken als de persoon met beperkingen verhuist naar een AWBZ-instelling.

Rechtspraak bij dit artikel