Omdat sancties een bestuursrechtelijke en een strafrechtelijke grondslag kunnen hebben, wordt gesproken van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving. Hieronder wordt specifiek ingegaan op de bestuursrechtelijke handhaving. Strafrechtelijke handhaving is een bevoegdheid van de politie, hier wordt verder niet op ingegaan.
Bestuursrechtelijke handhaving bestaat uit twee elementen, het toezicht en het toepassen van sancties. Het eerste element heeft een belangrijk preventief karakter en het tweede element heeft louter een repressief karakter.
Bevoegd tot handhaving bij een inrichting is het bestuursorgaan dat bevoegd gezag is voor die inrichting, derhalve het bestuursorgaan dat de vergunning heeft verleend of moet verlenen dan wel het bestuursorgaan waaraan de melding moet worden gedaan in geval van een vergunningvervangende activiteit. Voor alle horeca-inrichtingen is dat het college van B&W.
Het handhavende gezag buiten inrichtingen is de burgemeester. Deze voert ingevolge artikel172 en 174 Gemeentewet de APV uit.
Er zijn drie soorten bestuursrechtelijke sancties:
a. Bestuursdwang In art. 5:21 Awb wordt bestuursdwang omschreven als het door feitelijk handelen door of vanwege een bestuursorgaan optreden tegen het geen in strijd met bij of krachtens enig wettelijk voorschrift gestelde verplichtingen is of wordt gedaan gehouden of gelaten. Het gaat er om de feiten in overeenstemming met het recht te brengen. Art. 5:21 Awb geeft geen bevoegdheid tot bestuursdwang. Deze moet worden gevonden in bijzondere wetten. Een algemene bestuursdwangbevoegdheid is voor de lagere overheden in de organieke wetten geregeld. Indien bestuursorganen van deze lagere overheden tot bestuursdwang willen overgaan in verband met geluidsoverlast van een horeca-inrichting, komt dit vaak neer op een bevel tot sluiting.
b. Last onder dwangsom
Een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, kan in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. Een last onder dwangsom strekt ertoe de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel een herhaling van de overtreding te voorkomen. Voor het opleggen van een last onder dwangsom wordt niet gekozen, indien het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen, zich daartegen verzet. Een dwangsom is niet van toepassing bij eenmalige activiteiten; wel kan zij aan inrichtingen worden opgelegd als stok achter de deur.
c. Intrekking van een vergunning of ontheffing.
Tot slot kan het bevoegde gezag bij overtredingen overgaan tot de intrekking van vergunningen of ontheffingen. De overtreder zal over het algemeen eerst in de gelegenheid dienen te worden gesteld zijn verplichtingen na te komen. Is een vergunning eenmaal ingetrokken en gaat de overtreder door met de verboden handeling, dan kan dat aanleiding vormen om door middel van bestuursdwang de inrichting alsnog te sluiten.
Bij bestuursrechtelijke handhaving wordt aan de overtreder altijd een begunstigingstermijn gesteld opdat de regel, die wordt overtreden, alsnog kan worden nageleefd.
Het bevoegde gezag kan zelf bepalen (gemotiveerd) welke vorm van sanctie zal worden toegepast.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Bestuursrechtelijke handhaving
Onderdeel van Geluidbeleid bij horeca en evenementen gemeente Olst-Wijhe