Een gehandicapte komt voor een vervoersvoorziening als in artikel 3.1 lid 1 vermeld in aanmerking wanneer aantoonbare belemmeringen, als gevolg van ziekte of gebrek, het gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van dit openbaar vervoer onmogelijk maken, of wanneer gebruik van openbaar vervoer op grond van cognitieve of visuele beperkingen uitsluitend mogelijk is met begeleiding en van collectief vervoer gebruik gemaakt kan worden zonder begeleiding.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.2
Collectief vervoer
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2005