Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 - › Afdeling 6 -

Artikel 4:14

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009

Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: wet: de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Stb. 2007, 528); aangifteplichtige: degene die als houder of eigenaar van een gestorven gezelschapsdier destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is daarvan aangifte te doen als destructiemateriaal; destructiemateriaal: dode gezelschapsdieren (categorie 1 materiaal, met name dode honden en katten); ondernemer: de onderneming die voor Gouda dierlijk restmateriaal en kadavers verwerkt. Commentaar Voorheen regelde de Destructiewet wat wel en niet bij het overlijden van een huisdier mogelijk was. Deze wet is per 1 januari 2008 vervangen door een nieuw hoofdstuk in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD). Dit hoofdstuk heet ‘Niet voor de menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten’. Op basis van artikel 81 h van deze wetde GWWD (81h) moet de gemeente voorschriften stellen ten aanzien van de aangifte en bewaring ervan door de eigenaar en de overdracht aan de destructiebedrijf. Er zijn vier opties ten aanzien van dode gezelschapsdieren: Het dier naar de door de gemeente vastgestelde verzamelplaats brengen. Het dier laten ophalen door de dierenambulance of ondernemer; Het dier laten cremeren in een erkend huisdiercrematorium. Het dier begraven in de tuin. Het is toegestaan om een gezelschapsdier in je eigen tuin of op eigen grond te begraven. Landbouwdieren mogen niet in de tuin worden begraven. Dit geldt ook als landbouwdieren, bijvoorbeeld hangbuikzwijnen, als huisdier wordt gehouden. Toezicht De verordening dierlijke bijproducten valt onder de verantwoording van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De minister van LNV heeft de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) en de Algemene Inspectiedienst (AID) gemandateerd als toezichthouders. De AID houdt voornamelijk toezicht op de primaire sector (boerderijen) en transportfase. De VWA houdt toezicht op de erkende en geregistreerde bedrijven, alsook op import, export en gebruik van dierlijke bijproducten. Onder c. Gezelschapsdieren zijn dieren die de mens in of rond het huis houdt en die worden verzorgd tot zijn eigen genoegen. Tot deze categorie behoren onder meer honden, katten, knaagdieren, kooi- en volièrevogels, duiven en vissen. Konijnen, kippen, kalkoenen, kwartels, parelhoenders, eenden, ganzen en fazanten zijn dat ook indien er geen commerciële opbrengst aan verbonden is zoals de productie van vlees, wol, pels, eieren, pluimen of huiden. Runderen, schapen, (dwerg)geiten, varkens, hangbuikzwijnen en eenhoevigen, zijn landbouwhuisdieren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel