Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 5 - Toezicht op (openbare) inrichtingen

Artikel Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen

Artikel Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009

1.. De burgemeester kan, indien de openbare orde dit naar zijn oordeel vereist de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw – niet zijnde een inrichting als bedoeld in artikel 2:14 of artikel 3:1 – of een bij dat gebouw behorend erf. 2.. De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van zijn bevel op of nabij de (hoofd)toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat bebouw behorende erf. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift in aangebracht. 3.. Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 4.. Het is de rechthebbende op en de beheerder van een gebouw of erf als bedoeld in het eerste lid verboden daarin bezoekers toe te laten of daarin te laten verblijven, zolang de sluiting van kracht is. 5.. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten gebouw of erf te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven. 6.. Onder bezoekers worden voor de toepassing van het vierde en vijfde lid niet verstaan de personen wier tegenwoordigheid in het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf wegens dringende omstandigheden vereist wordt. 7.. Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. Commentaar Dit artikel biedt een aanvulling op de bestaande mogelijkheden overlastgevende inrichtingen of gebouwen te sluiten. Hier gaat het dan niet zozeer om vergunningplichtige inrichtingen maar om dienstverlenende bedrijven, zoals belwinkels, (avond)winkels, videotheken en uitzendbureaus. De burgemeester kan in geval van (blijvende) overlast op basis van dit artikel optreden. Dit zal kunnen gebeuren in de volgende situaties: Indien aannemelijk is, dat in of vanuit het voor het publiek openstaande gebouw activiteiten plaatsvinden, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van het gebouw. Indien in of vanuit het voor het publiek openstaande gebouw strafbare feiten worden gepleegd. Indien zich in of vanuit het voor het publiek openstaande gebouw anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van het gebouw. In het zevende lid wordt de mogelijkheid geboden dat de burgemeester een sluiting voor onbepaalde duur op verzoek van belanghebbende(n) opheft. In de praktijk zal de burgemeester een inrichting meestal voor een bepaalde duur sluiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel