Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2:57

Loslopende honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2012

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a.. binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; b.. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speel- en/of ligweide of op een andere door het college aangewezen plaats en/of tijd; c.. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen; d.. buiten de bebouwde kom op door het college aanwezen locaties. 2.. Het college kan plaatsen en/of tijden aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt. 3.. De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond: a. zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; b. deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond; 4.. Tevens zijn de verboden genoemd in het eerste lid onder a en b niet van toepassing op politiehonden.

Rechtspraak bij dit artikel