Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 1

Artikel 4:6

Overige geluidhinder

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2012

1.. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of (recreatie)toestellen, geluidsapparaten, (bouw)machines, motorvoertuigen of bromfietsen in werking te hebben, dan wel op andere wijze handelingen te verrichten, waardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt, of toe te laten dat deze handelingen worden verricht. 2.. Het verbod in lid 1 geldt niet voor evenementen waarvoor geen vergunning is vereist en waarvoor tijdig een melding is gedaan ingevolge artikel 2:25. Voor deze evenementen geldt: het langtijdgemiddelde geluidsniveau LAr.LT veroorzaakt door toestellen als bedoeld in lid 1 bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen. 3.. Het college kan van het verbod in lid 1 ontheffing verlenen. 4.. Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod, vervat in het eerste lid niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor zover wordt voldaan aan het door het college vast te stellen voorschrift ter voorkoming of beperking van geluidhinder. 5.. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, de Wet Milieubheer of de Provinciale milieuverordening. 6.. Het is verboden met een vrachtauto, als bedoeld in artikel 1, onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, waarvan het ledig gewicht vermeerder met het laadvermogen meer bedraagt dan 3.500 kg of die met inbegrip van de lading een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2 meter, tussen 23.00 en 07.00 uur op een andere dan door Burgemeester en wethouders bij openbaar bekend te maken besluiten aangewezen weg te rijden. 7.. Het college kan van het verbod in lid 5 ontheffing verlenen. 8.. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel