Naar hoofdinhoud
1.. Op een vóór 1 oktober van het belastingjaar bij burgemeester en wethouders schriftelijk in te dienen verzoek van de belastingplichtige wordt de belasting ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is aan de contante waarde van de belastingbedragen, welke geheven zouden zijn, beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het belastingjaar, waarin het verzoek wordt gedaan, voor elk van de nog aan te vangen belastingjaren. 2.. De contante waarde, bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een rentevoet van 9%; 3.. Het bedrag van de heffing ineens wordt naar beneden op een cent afgerond.

Rechtspraak bij dit artikel