Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.6

Een bruikleenauto

Onderdeel van Verstrekkingenboek voorzieningen gehandicapten 2005

De verlening van een bruikleenauto kan in een uitzonderlijk geval noodzakelijk zijn indien er sprake is van een zelfstandige individuele vervoersbehoefte en indien het goedkoper collectief vervoer, of het goedkoper individueel (rolstoel) taxivervoer in de directe woon- en leefomgeving niet adequaat zijn. Als Wvg-verstrekking komt deze voorziening zelden tot bijna nooit voor in verband met de criteria ‘goedkoopst-adequaat’, ‘algemeen gebruikelijk’ en het ‘primaat van het collectief vervoer’ en van het ‘individueel (rolstoel-)taxivervoer’ als volgende in de rangorde van het primaat. Met een bruikleenauto wordt in principe voorzien in de volledige regionale vervoersbehoefte en samenloop met een andere vervoersvoorziening is daarom niet mogelijk, tenzij het een voorziening betreft voor de korte afstand (de eerste honderden meters vanuit de woning) of een tegemoetkoming in de kosten van brandstofgebruik. Voor de verstrekking van een bruikleenauto moet één van de volgende situaties van toepassing zijn; de aanvrager: woont legaal op een plaats die voor De Regiotaxi of de gewone taxi niet bereikbaar is; kan of mag zich om aangetoonde medische redenen niet in de open lucht verplaatsen, waardoor de wisselende weersomstandigheden en de temperatuurwisselingen die gepaard kunnen gaan met het gebruik van De Regiotaxi en/of met het individueel taxivervoer niet worden verdragen, bijvoorbeeld vanwege ernstig hart- of longlijden of een sterk gestoord thermoregulatiesysteem. heeft een zorgbehoefte tijdens het vervoer van dienmate dat deze niet, of niet tijdig verleend kan worden tijdens het gebruik van de Regiotaxi terwijl een voorziening in de vorm van individueel (rolstoel) taxivervoer onvoldoende invulling geeft aan de individuele vervoersbehoefte. De auto kan worden verstrekt in natura, inclusief de kosten van reparatie en het onderhoud en verzekering en motorrijtuigenbelasting. De wagen is bij levering zonodig aangepast aan de beperkingen van de gehandicapte, voor zover de aanpassingen in het indicatie- en selectieonderzoek door de adviseur zijn voorgesteld. Aanpassingen kunnen ook later zijn geïndiceerd. Er kan een tegemoetkoming in de benzinekosten worden verstrekt, bij een inkomen beneden de Wvg-inkomensnorm. Het betreft hier een tegemoetkoming voor het gebruik van een bruikleenauto door middel van een financiële tegemoetkoming in de kosten van gereden kilometers op basis van de door het Uwv vastgestelde prijs per kilometer tot een maximum van 2000 kilometer per jaar. De kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering zijn opgenomen in de overeenkomst tussen gemeente en leverancier. De verstrekking vindt plaats op basis van een bruikleenovereenkomst. De kosten van reparatie aan de voorziening worden alleen vergoed indien de te repareren schade niet het gevolg is van opzet, schuld of nalatigheid van de gehandicapte. Tot de kosten van de verlening van deze vervoersvoorziening kunnen de extra kosten voor het rijden in een aangepaste lesauto voor 50 rijlessen en 1 examen behoren en instructie die nodig zijn voor het gebruik. Afgezien van het hiervoor gestelde komen gehandicapten met een inkomen vanaf 1,5 x het norminkomen niet in aanmerking voor verstrekking van een bruikleenauto. In verband met de levensduur van een bruikleenauto mag de gehandicapte met de bruikleenauto per jaar maximaal 2.000 km afleggen. De gemeente stelt vast welk merk en type bruikleenauto verstrekt zal worden (goedkoopst adequate uitvoering).

Rechtspraak bij dit artikel