De verlaging van je brutoloon heeft als voordeel dat je minder loonbelasting en minder premies sociale verzekeringen betaalt. Verlaging van de bezoldiging heeft geen invloed op de grondslagen voor ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitspensioen, mits voldaan wordt aan de voorwaarden van het besluit van 22 februari 2002, CPP2001/3047M. In dat besluit is vastgelegd dat de pensioengrondslag niet wijzigt, als het brutoloon gebruikt wordt voor een aantal specifieke zaken, namelijk:
Spaarloon
Levensloop
Extra pensioen
Fiets
OV-kaart
Vakliteratuur
Bedrijfsfitness
Wil je dus een van de andere doelen kiezen (woonwerkverkeer, internet, vakbondscontributie) dan kun je daarvoor je bezoldiging niet als bron inzetten. Dat zou namelijk kunnen leiden tot een lager pensioen.
Ook geldt nog als voorwaarde dat het verschil tussen het oorspronkelijke pensioengevende loon en het verlaagde pensioengevende loon zoals dat eigenlijk zou moeten worden vastgesteld, niet meer mag bedragen dan 30% van het oorspronkelijke pensioengevende loon. Met andere woorden: je mag niet meer dan 30% van je totale bezoldiging inzetten voor het cafetariamodel.
De verlaging van het bruto loon kan wel negatieve gevolgen hebben voor de hoogte van salaris-afhankelijke uitkeringsrechten , zoals de:
eindejaarsuitkering
vakantietoelage
doorbetaling bij ziekte
WIA-uitkering
suppletie
WW-uitkering
ZW-uitkering
Voordat je kiest voor verlaging van je brutoloon als bron voor een bestedingsdoel is het verstandig eerst goed te laten doorrekenen wat daarvan de gevolgen zijn. Je kunt daarvoor terecht bij de afdeling Interne Dienstverlening, Unit Personele Administratie.
Tenslotte kan verlaging van het bruto loon consequenties hebben voor inkomensafhankelijke toeslagen, zoals huurtoeslag, zorgtoeslag, en de rijksbijdrage voor kinderopvang. Deze toeslagen worden door de belastingdienst toegekend op basis van je belastingaangifte. Omdat wij geen inzicht hebben in eventuele andere inkomstenbronnen die je hebt, kunnen wij je over deze consequenties niet adviseren.