Naar hoofdinhoud
1.. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. 2.. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. 3.. Inspraak wordt in ieder geval verleend op beleidsvoornemens inzake ruimtelijke plannen, tenzij het plannen betreft als genoemd in het vierde lid onder f en g van dit artikel. 4.. Geen inspraak wordt verleend: ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; ten aanzien van beleidsvoornemens met betrekking tot de interne bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie; ten aanzien van partiële bestemmingsplanherzieningen; plannen ex artikel 11 en 19, eerste lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening die betrekking hebben op het realiseren van maximaal 3 woningen dan wel op andere plannen met een beperkte ruimtelijke impact; indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel