Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Voorzitter

Onderdeel van Verordening op de Raadscommissies

1.. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden aangewezen door de gemeenteraad uit zijn midden. 2.. De gemeenteraad kan de aanwijzing van een voorzitter of van de plaatsvervangend voorzitter herzien. 3.. Bij verhindering van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van een commissie fungeert een op dat tijdstip door de commissie aangewezen lid, raadslid, als tijdelijk voorzitter voor de betreffende vergadering. 4.. De voorzitter is geen lid van een commissie en heeft geen stemrecht. 5.. De voorzitter is belast met: de voorbereiding en uitvoering van de vergaderingen; ter voorbereiding van de vergadering stelt hij een agenda-overleg in met de verantwoordelijk portefeuillehouder uit het college van burgemeester en wethouders en de secretaris van de commissie; de leiding van de vergaderingen; hetgeen deze verordening hem opdraagt.

Rechtspraak bij dit artikel