Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4.

Artikel 15

Overleg over wijze van uitvoering

Onderdeel van Verordening onderwijshuisvesting Wormerland 2010

1.. Het college treedt binnen vier weken na de vaststelling van het programma in overleg met de aanvrager over de wijze van uitvoering van de voorziening die op het programma is geplaatst. In dat overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de uitvoering van de voorziening. Daarbij worden, voor zover van toepassing, afspraken gemaakt over het volgende: het bouwheerschap als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; het tijdstip waarop de aanvrager het bouwplan en de begroting indient; een andere wijze van uitvoering van het besluit met inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag; hoe het college toepassing geeft aan de toetsing van het bouwplan en de begroting, als mede aan de toetsing in verband met wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 16; de controle op en het afleggen van verantwoording over de besteding van de beschikbaar te stellen middelen. 2.. Indien het overleg betrekking heeft op de uitvoering van een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin (feitelijke kosten), dan geeft de aanvrager aan hoe de aanbesteding van de uitvoering zal plaatsvinden. Daarbij gelden, voor zover van toepassing gezien de aard van de voorziening, de gestelde richtlijnen als bedoeld in bijlage IV, deel B (financiële normering, feitelijke kosten). 3.. Het college legt de inhoud van de afspraken of de constatering dat het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid, schriftelijk vast in een verslag van het overleg en brengt dat verslag binnen vier weken na afloop van het overleg ter kennis van de aanvrager. Als de aanvrager schriftelijk instemt met het verslag of binnen twee weken na ontvangst nog niet schriftelijk heeft gereageerd, wordt -- afhankelijk van de inhoud van het vastgelegde verslag -- geacht dat er overeenstemming of geen overeenstemming is bereikt. 4.. Als het college toepassing geeft aan het bepaalde in artikel 16, vierde lid, neemt het college binnen vier weken nadat de overeenstemming als bedoeld in het derde lid is bereikt, een beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen. Het bepaalde in artikel 17 is daarbij van overeenkomstige toepassing. 5.. Als in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in het derde lid is bereikt, deelt het college dit schriftelijk mee aan de aanvrager binnen vier weken nadat het verslag is vastgelegd. Daarbij geeft het college aan dat de bekostiging van de uitvoering van de voorziening geen aanvang zal nemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel