Naar hoofdinhoud
Het college stelt de subsidie conform artikel 4 van de regeling vast. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, wordt de subsidie tot 1 december 2009 als volgt vastgesteld: Zolang het gemeentelijk subsidieplafond niet is bereikt: conform de systematiek van artikel 4 van de regeling, met dien verstande dat als het maximum van € 1.000,-- respectievelijk € 1.600,-- is bereikt, daarboven op 50% van het restant aan subsidiabele kosten wordt vergoed; Als het gemeentelijk subsidieplafond is bereikt: 50% van de kosten wordt vergoed. Bij de subsidievaststelling worden eerst de gelden uit het door de raad beschikbare budget aangewend tot het gemeentelijk subsidieplafond is bereikt. Als het gemeentelijk subsidieplafond is bereikt, worden vervolgens uit het door Gedeputeerde Staten beschikbare budget gelden aangewend tot het provinciaal subsidieplafond is bereikt. Als zowel het jaarlijkse gemeentelijk subsidieplafond als het voor deze regeling geldende proviniaal subsidieplafond zijn bereikt, weigert het college de subsidie. Het college kan de subsidie, naast de gevallen als bedoeld in artikel 4:35, tweede lid Awb, ook weigeren, als: de subsidieontvanger een financieel wanbeleid voert; de subsidieontvanger zichzelf bij besluit heeft, dan wel bij rechterlijk vonnis is geliquideerd of ontbonden; bij de subsidieontvanger conservatoir of executoriaal beslag is gelegd op het vermogen of een deel ervan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel