1.Gedragingen van de belanghebbende die niet vallen onder de voorgaande bepalingen van
deze verordening, maar wel aangemerkt kunnen worden als tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 18 van de wet, leiden tot een verlaging.
2.Onder de in het eerste lid bedoelde gedragingen valt in ieder geval een
onverantwoorde besteding van vermogen, waaronder begrepen het doen van
schenkingen, op een moment dat de noodzaak van bijstandsverlening aanwezig was
of redelijkerwijs was te voorzien en het verwijtbaar verspelen van de aanspraak op
een voorliggende voorziening. De verlaging dient te worden toegepast op basis van
artikel 10.
Hoofdstuk 2.
Artikel 12.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand, IOAW en IOAZ Krimpen aan den IJssel 2013