Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Kwaliteit van de handhavingscapaciteit

Onderdeel van Nota integrale handhaving

Om een adequate handhaving te kunnen garanderen beschikt de toezichthouder over een op de functie afgestemd kennis- en vaardigheidsniveau. Het minimaal vereiste niveau is vastgelegd in bestuurlijk vastgestelde functiebeschrijvingen. Door veranderingen bestaat de kans dat de toezichthouder ten aanzien van bepaalde aspecten tekort schiet in kennis en/of vaardigheden. Voor het borgen van de kwaliteit zijn de volgende hulpmiddelen. Competentieprofielen Voor de diverse te onderscheiden functiegroepen zijn competentieprofielen ontwikkeld waarnaar bij de functiebeschrijving wordt verwezen. Functiebeschrijvingen Per functie is, om inzicht te hebben in de deskundigheden welke vereist zijn, een document opgesteld waarin op eensluidende wijze de analyse resultaten worden vastgelegd aangevuld met het vereiste opleidingsniveau. Persoonlijk Ontwikkelingsplan Met iedere medewerker is nagedacht over het functioneren in relatie tot de functie-beschrijving. Verbeterpunten worden vastgelegd. Voorzover daarvoor het volgen van een opleiding nodig is, wordt dit gemeld in het strategisch opleidingsplan. Minimaal één maal per twee jaar vindt een POP gesprek plaats. Daar waar niet voldaan wordt aan een competentie en/of deskundigheid, worden afspraken gemaakt om binnen een nader te bepalen termijn alsnog daar aan te voldoen. Na afloop wordt getoetst of de afspraken zijn nagekomen en welk resultaat dat heeft. Het POP wordt op basis van de bevindingen bijgesteld. Opleidingsplan De organisatie stelt jaarlijks een strategisch opleidingsplan vast. Daarin wordt zorggedragen voor borging van het in tijd uitzetten van gewenste opleidingen en voor borging van financiële middelen voor het kunnen volgen van opleidingen, trainingen of andere cursussen welke benodigd zijn om de kwaliteit op het gewenste niveau te brengen c.q. ten.n.

Rechtspraak bij dit artikel