De werkgever hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien van de ambtenaren die betrokken zijn bij de organisatiewijziging, de volgende voorkeursvolgorde:
de ambtenaar blijft zijn eigen, ongewijzigde functie vervullen;
de ambtenaar wordt geplaatst naar een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie;
de ambtenaar wordt geplaatst naar een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie;
de ambtenaar wordt als er voor hem geen passende of geschikte functie beschikbaar is, al dan niet bovenformatief, in de gelegenheid gesteld voorkeur uit te spreken voor gebruikmaking van het flankerend beleid.
Herplaatsingsbesluiten, als bedoeld in het eerste lid onder 2 en 3, worden genomen met inachtneming van de herplaatsingsprocedure, zoals beschreven in hoofdstuk 4.