De direct leidinggevende kan bepalen, na overleg met de Ondernemingsraad, voor welke functies afwijkende werktijden gelden als sprake is van dringende redenen die vanuit dienstbelang van toepassing zijn.
Medewerkers geboren in 1952 of eerder behouden het recht om, indien zij dit wensen, in overleg met de direct leidinggevende de middagpauze met een half uur te verlengen dan wel de ingeroosterde werktijd aan het einde van de middag met een half uur te bekorten.
Het gestelde in lid 2 is ook van toepassing voor medewerkers geboren na 1952 waarbij sprake is van al dan niet tijdelijke, mogelijkheden en beperkingen van fysieke of mentale aard van de medewerker. Hiervoor vindt vooraf overleg plaats tussen direct leidinggevende en de betreffende medewerker.
Bij de toepassing van lid 2 en lid 3 van dit artikel, wordt het individueel werkrooster aangepast, conform de overeengekomen periode.
Indien uit het overleg tussen direct leidinggevende en betreffende medewerker geen duidelijke overeenstemming ontstaat wordt advies ingewonnen bij de bedrijfsarts.
Indien direct leidinggevende en de betreffende medewerker, mede gezien het advies van de bedrijfsarts, niet tot overeenstemming komen, wordt dit voorgelegd aan de naast hoger leidinggevende die vervolgens beslist.