De deelnemende gemeenten verbinden zich jaarlijks bij te dragen
in:
de kosten ingevolge deze regeling aan het
werkvoorzieningsschap overgedragen bestuurlijke bevoegdheden
en verplichtingen;
het exploitatiesaldo van het werkvoorzieningsschap.
De bestuurskosten, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a,
worden na aftrek van de onder het derde lid bedoelde bijdragen over
de gemeenten verdeeld naar rato van de inwonertallen van de
gemeenten per 1 januari van het betreffende jaar.
De niet van het werkvoorzieningsschap deel uitmakende gemeenten,
alsmede de instanties ten laste waarvan kosten van plaatsing zullen
worden gebracht, worden naar regelen door het dagelijks bestuur te
bepalen eveneens voor een aandeel in de bestuurskosten, bedoeld in
het eerste lid aanhef en onder a, belast.
Het nadelig exploitatiesaldo van het werkvoorzieningsschap over een
jaar, na aftrek van rijkssubsidie en de kosten van tewerkstelling
van niet voor rijkssubsidie ingevolge de Wet Sociale Werkvoorziening
in aanmerking komende geplaatsten bedoeld in artikel 27, derde lid,
wordt over de deelnemende en niet-deelnemende gemeenten verdeeld
naar rato van de loonkosten of aantallen mandagen, naar keuze door
het dagelijks bestuur te bepalen, van de uit die gemeenten
oorspronkelijk afkomstige werknemers. Extreme kosten samenhangend
met het plaatsen van personen uit niet-deelnemende gemeenten zullen
in rekening worden gebracht bij die gemeenten.
Ten aanzien van de kosten, voortvloeiend uit de plaatsing van de in
artikel 27, derde lid bedoelde personen, zal bij elke plaatsing
worden bepaald welke instantie of gemeente en tot welke bedragen
wordt bijgedragen.
Aan een eventueel batig exploitatiesaldo wordt door het algemeen
bestuur een bestemming gegeven in het belang van het
werkvoorzieningsschap.
Artikel 35
Kostenverdeling
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling betreffende het werkvoorzieningsschap Zuid-Kennemerland