Wijziging of aanvulling van de regeling kan, behoudens het bepaalde
in het vijfde lid van dit artikel, geschieden als tenminste
tweederde van de colleges daartoe besluiten. Een voorstel hiertoe
kan uitgaan van het algemeen bestuur en/of van één of meer van de
colleges.
Indien het voorstel uitgaat van het algemeen bestuur, zendt het dit
aan de colleges, die binnen twee maanden na ontvangst daarvan een
besluit nemen en dit terstond aan het algemeen mededelen.
Indien het voorstel uitgaat van één of meer deelnemende gemeente(n)
zendt respectievelijk zenden, deze gemeente(n) het voorstel aan het
algemeen bestuur.
Het algemeen bestuur doet het voorstel met zijn beschouwingen ter
zake binnen drie maanden aan de colleges toekomen, die binnen twee
maanden na ontvangst daarvan een besluit nemen en dit terstond aan
het algemeen bestuur mededelen.
Het algemeen bestuur geeft de colleges kennis van de door hem
genomen besluiten tot aanvaarden, verwerpen, goedkeuren
respectievelijk niet goedkeuren van de in dit artikel bedoelde
voorstellen respectievelijk besluiten.
Een wijziging gaat in op de eerste dag van de maand volgend op die
waarin de goedkeuring van die wijziging is ingeschreven in het
register als bedoeld in artikel 26 derde lid van de Wet
gemeenschappelijke regelingen.
LIQUIDATIE
Artikel 40
Wijziging of aanvulling
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling betreffende het werkvoorzieningsschap Zuid-Kennemerland