Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 3.

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening 2013

1.. De toeslag, zoals bedoeld in artikel 25 van de wet, bedraagt voor een alleenstaande of alleenstaande ouder: 20 procent van de gehuwdennorm als in de woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 10 procent van de gehuwdennorm als één of meer anderen het hoofdverblijf in dezelfde woning hebben. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: een kind; een verzorgingsbehoevende of een verzorger. 3.. In afwijking van het eerste lid wordt aan de alleenstaande van 21 jaar geen toeslag verstrekt. 4.. In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 22 jaar: 10 procent van de gehuwdennorm als in de woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 5 procent van de gehuwdennorm als één of meer anderen het hoofdverblijf in dezelfde woning hebben. 5.. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing als artikel 6 van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel