Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in
artikel 1, onder a,, te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:
een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
onder a, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of
in enig opzicht te wijzigen;
een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
onder a, te herstellen, te gebruiken of te laten
gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd
of in gevaar gebracht.
Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het eerste en
het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels
stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te
worden uitgevoerd.
Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met
een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het
tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en
voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke
belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het
geding zijn.
Het college kan nadere regels stellen omtrent de advisering over
wijzigingsplannen voor gemeentelijke monumenten waarvan het
advies als bekend verondersteld mag worden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 12.
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening 2013 gemeente Hoorn en beleidskaart Archeologie 2012