**1..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
vijf procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
**2..** De hoogte van de maatregel als bedoeld in het eerste lid sub a, b en c wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie.
**3..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid sub d wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde categorie.
**4..** Indien de belanghebbende ook na toepassing van het bepaalde in lid 2 en 3 binnen 12 maanden na bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel is opgelegd blijft volharden in zijn verwijtbare gedraging kan de standaardmaatregel voor maximaal 12 maanden worden opgelegd.
**5..** Indien tijdens de heroverweging bij toepassing van lid 4 wordt besloten de maatregel te beëindigen, en de belanghebbende zich binnen 12 maanden na het beëindigingsbesluit wederom schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie, kan de maatregel als genoemd in lid 4 worden voortgezet. De totale termijn waarover de maatregel wordt opgelegd bedraagt hierbij maximaal 12 maanden.
HOOFDSTUK 2
Artikel 10
De hoogte en de duur van de maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2009