**1..** Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, een maatregel opgelegd.
**2..** De maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt op de volgende wijze vastgesteld:
bij verbaal geweld (schelden): 10% van de bijstandsnorm gedurende een
maand.
bij discriminatie: 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand.
bij intimidatie (uitoefenen van psychische druk): 50% van de bijstandsnorm ge-
durende een maand.
bij zaakgericht fysiek geweld (vernielingen): 50% van de bijstandsnorm gedu-
rende een maand.
Bij mensgericht fysiek geweld: 100% van de bijstandsnorm gedurende een
maand.
**3..** De hoogte van de maatregel als genoemd in lid 2 sub a tot en met d wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbare aan te merken gedraging.
**4..** De duur van de maatregel als genoemd in lid 2 sub e wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbare aan te merken gedraging.
HOOFDSTUK 4
Artikel 14
Zeer ernstige misdragingen (dit was voorheen bij beleidsregel geregeld)
Onderdeel van Afstemmingsverordening wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2009