**1..** Personen die als beroepskracht of begeleider werkzaam zijn bij een peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens.
**2..** Deze verklaring wordt aan de houder overlegt voordat een persoon zijn werkzaamheden aanvangt. De verklaring is op het moment dat zij wordt overgelegd niet ouder dan twee maanden.
**3..** Een begeleider die onder permanent toezicht van een beroepskracht belast is met de begeleiding van kinderen, hoeft niet in het bezit te zijn van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens.
**4..** Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat een persoon niet (langer) voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de houder dat die persoon (opnieuw) een verklaring omtrent het gedrag overlegt die niet ouder is dan twee maanden. De houder kan in dat geval ook van een begeleider die onder permanent toezicht van een beroepskracht werkt een verklaring eisen. De desbetreffende persoon overlegt de verklaring binnen een door de houder vast te stellen termijn.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 15.
Verklaring omtrent het gedrag
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen