Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3

Het verlagen van de inkomensvoorziening

Onderdeel van Verordening tijdelijke regels Wet investeren in jongeren 2009

1.. De regels met betrekking tot het verlagen van de inkomensvoorziening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de wet, luiden als volgt: Voor de toepassing van artikel 41, eerste lid, van de wet, zijn de artikelen 2 – met uitzondering van de zinsnede “tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel” in het eerste lid -, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 van de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2005 van overeenkomstige toepassing. Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van schending van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet, zijn de artikelen 11, 12 en 13 van de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2005 van overeenkomstige toepassing. Voor het verlagen van de inkomensvorming als gevolg van schending van de overige verplichtingen, bedoeld in artikel 45, van de wet, is artikel 14 van de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2005 van overeenkomstige toepassing. Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van zeer ernstige misdragingen als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet, is artikel 15 van de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg van overeenkomstige toepassing. 2.. Indien de raad besluit het raadsvoorstel tot vaststelling van de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2009 vast te stellen, luiden de regels met betrekking tot de verlaging van de inkomensvoorziening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de wet, met ingang van de datum van inwerkingtreding van die verordening als volgt: Voor de toepassing van artikel 41, eerste lid, van de wet, zijn de artikelen 2 –met uitzondering van de zinsnede “tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel” in het eerste lid-, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 van de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2009 van overeenkomstige toepassing. Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van schending van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet, zijn de artikelen 11 en 12 van de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2009 van overeenkomstige toepassing. Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van schending van de overige verplichtingen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de wet, is artikel 13 van de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2009 van overeenkomstige toepassing. Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van zeer ernstige misdragingen als bedoeld in artikel 41, van de wet, is artikel 14 van de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel