**1..** Het bevoegd gezag kan een vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken, gedurende drie jaar, dan wel indien de vergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a, gedurende 26 weken onderscheidenlijk de in de vergunning bepaalde termijn, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van die vergunning.
**2..** Indien zich geen urgente en zwaarwegende planologische belangen voordoen zal van voorgenoemde bevoegdheid gebruik worden gemaakt 3 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning.
**3..** Voor het intrekken van de vergunning geldt, afhankelijk van de procedure waarmee de vergunning tot stand is gekomen, de procedure als bedoeld in artikel 3 of 4.
Hoofdstuk
Artikel 2
intrekking bij niet gebruikmaking van de vergunning
Onderdeel van Beleidsregels intrekken omgevingsvergunning bouwen